Pers

 

- Vloed !

 

- Coppelia

 

- Die Fledermaus (OVHO)

 

- Die Fledermaus (NNO)

 

- Cosi fan tutte

 

- Les aventures du Roi

  Pausole

 

- La Traviata

 

- Zaide

 

- La Barca

 

- I'm very lonely in

  my way

 

- Nixon in China

 

 

 

Vloed

 

Blacher voortreffelijk voor voetlicht gebracht

- Opera Magazine,  Basia Jaworski (15 augustus 2011)

KamerOperaProject pakte flink uit rond de Duitse componist Boris Blacher, dit weekend tijdens het Grachtenfestival. Op voortreffelijke wijze bracht het gezelschap Blachers beide opera’s en zowat al zijn liederen.

Boris Blacher (1904 – 1975) is voor veel muziekliefhebbers terra incognita. Als ze al zijn naam kennen, dan is het van zijn ‘Paganini Variaties’, terwijl hij zoveel fantastische werken heeft gecomponeerd. Verwonderlijk? Niet echt. Hij was van alle markten thuis: vooruitstrevend, maar niet revolutionair genoeg. Politiek en sociaal geëngageerd, maar zonder lidmaatschap van de communistische partij. Experimenterend, maar zonder de grenzen te overschrijden. Hij hield net zo veel van een mopje foxtrot als van ‘variabele metriek’, een manier van componeren waarvan hij de uitvinder was.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij noch collaborateur noch een meeloper, maar hij nam ook geen deel aan verzet en bleef gewoon in Duitsland. Na de oorlog werd hij door zowel de West-Duitsers als de Ossi’s geaccepteerd. Een allemansvriend is zelden echt geliefd. Gelukkig denken we niet meer in hokjes.

KamerOperaProject heeft Blacher in het zonnetje gezet en zijn beide opera’s en zowat alle liederen geprogrammeerd. Om het allemaal in goed perspectief te kunnen plaatsen, werden wij middels lezingen, films en (archief)videobeelden met Berlijn in de eerste jaren na de oorlog geconfronteerd.

Er zijn maar liefst drie dagen voor het project uitgetrokken. Het ‘hoofdgerecht’ (als ik het zo oneerbiedig mag zeggen) was Vloed!, een uiterst boeiende voorstelling die samengesteld werd uit drie korte opera’s: Blachers Die Flut uit 1946, aangevuld met zijn Abstrakte oper nr.1 uit 1953 en Der Mann der vom Tode auferstand van Karl Amadeus Hartmann uit 1929.

Vloed! liet ons kennismaken met een bankier, die zo in een hoorspel opging dat hij dacht te zijn doodgeschoten door de revolutionairen. Zijn vrouw vond hem radeloos aan, maar dat was maar een verbeelding. De echte nachtmerrie begon toen de bankier en zijn vrouw een uitstapje maakten naar een in zee liggend scheepswrak, waar ze door de vloed werden verrast. Het resulteerde in heftige emoties: erotiek, jaloezie, doodsangst, bedrog en verlangen en aan het eind werd de bankier daadwerkelijk vermoord.

Volgens de inleiding zou er een parallel bestaan tussen de hoofdpersonen in de film en de opera, maar eerlijk gezegd zag ik het verband niet. Want al kan je, met enigszins goede, of liever, kwade wil nog iets gemeenzaam tussen de staalmagnaat/commandant uit de film en de bankier ontdekken, de Jonge Man en de dokter liggen mijlenver uit elkaar.

De opera zou ook een vingerwijzing zijn naar de oorlogsmisdadigers, maar nu, vijfenzestig jaar later, is het verband niet zo duidelijk. Vandaar ook dat ik het zeer verstandig van KamerOperaProject vond om de actie naar onze tijd te verplaatsen. Juist nu we te maken hebben met de economische crisis, frauderende bankiers (denk alleen aan de bonussen!), rebellerende (pseudo)revolutionairen en de meelopende massa die het allemaal niets kan schelen.

De voorstelling was waanzinnig spannend. Er werd voortreffelijk in gezongen en geacteerd. Ik werd met name gecharmeerd door de bariton Alistair Shelton Smith (visser). De begeleiding door de zes musici tellende ensemble was voorbeeldig.

terug naar boven

Coppelia

 

Kleintjes krijgen gewoon geluid uit koper

- Twentsche courant tubantia,  Ellen Kruithof (2011)

 

 ... Het vervolg was het ballet Coppélia, oorspronkelijk in 1870 door Arthur Saint-Léon gemaakt. Door Elsina Jansen was een vereenvoudigde versie gemaakt waaraan ongeveer twintig dansers van de Vooropleiding Theaterdans aan meewerkten. De samenwerking met acteur Stef van den Eijnden in de rol van poppenmaker Dr. Coppelius, verliep soepel. Ook het orkest paste mooi in het geheel, ze speelden een hele verzameling poppen die opgedraaid konden worden.  Uit verdriet om het verlies van zijn echte dochter Coppelia heeft de poppenmaker haar evenbeeld gemaakt. Hij probeert deze pop tot leven te wekken door te “ruilen” met Frans, een jongen die uit fascinatie is komen kijken naar Coppelia. Door tussenkomst van Frans' verloofde Neeltje komt het toch nog goed. Volgens het verhaal is Coppelia het hele ballet pop en de danseres verdiende een groot compliment voor het houterige dansen, het eindeloos omhoog houden van de armen, maar vooral voor haar stoïcijnse blik. Het ballet was heel toegankelijk gemaakt en er werd goed gedanst.


terug naar boven

 

Die Fledermaus (Orkest van het Oosten)

 

Orkest v/h Oosten met frisse Fledermaus
- Twentsche Courant Tubantia (januari 2010)
 
Met de 'semi-scenische' uitvoering van de operette Die Fledermaus van Johann Strauss jr. opende het Orkest van het Oosten het nieuwe jaar. Wederom was er een lichtbak met de vertaalde teksten, zodat het publiek mee kon lezen wat er gezongen werd. Hoewel gezegd moet worden dat de meeste solisten uitstekend te verstaan waren dankzij hun headsets.


Regisseuse Elsina Jansen liet de belangrijkste personen uit de eerste akte, Rosalinde en Adele, al tijdens de Ouverture over het toneel lopen om hun karakter neer te zetten. Rosalinde, gespeeld en gezongen door Claudia Patacca, liep aanvankelijk rond in een duster met panterprint en hondensloffen. De rol van ongedurige, toch-niet-zo-brave getrouwde vrouw leek haar op het lijf geschreven. Het was knap hoe ze het voor elkaar kreeg zowel zedig als verleidend op de bank te zitten op het moment dat ze de directeur van de gevangenis moest overtuigen dat ze natuurlijk niet alleen met een vreemde man bij haar thuis zou zitten. En dat deze man niet meer onder de indruk zou zijn van haar charmes, vanwege de jarenlange echtelijke verbintenis. De man in kwestie was niet haar echtgenoot, maar haar oude vlam Alfred, die na een lange tijd weer kwam aanpappen. Die Fledermaus zit vol met dit soort persoonsverwisselingen en misverstanden.


De tegenspeelster van Patacca, de coloratuur-sopraan Ilse Eerens, maakte indruk als de dienstmeid Adele. Ook bij haar waren haar spel en haar zang fantastisch. De rol van prins Orlofsky werd overigens ook door een vrouw vertolkt, de mezzo Jolanta Nicolai. Ze zong met dusdanige overtuiging dat de verbazing meer over haar karakter ging dan over het feit dat ze vrouw is: hoe kun je als prins zo verveeld en asociaal geworden zijn?


Het Orkest van het Oosten speelde uitstekend, het was te horen dat er meer aan de operette gerepeteerd was dan gemiddeld aan een nieuwjaarsconcert. Men gaat de komende weken nog met Die Fledermaus op reis door het land. Het is te hopen dat alle uitvoeringen de frisheid en de overtuigingskracht hebben van de eerste in Hengelo.

 

terug naar boven

Die Fledermaus (Noord Nederlands Orkest)

 

Fledermaus in sfeervol Steenbergerpark

- Hoogeveense Courant (28 juni 2010)

 

Het was boeiend dat regisseur Elsina Jansen de solisten niet alleen liet opkomen vanaf de zijkant van het podium, maar ook vanuit het publiek. Grote hilariteit ontstond er, toe Piotr Micinski (gevangenisdirecteur Frank) op een oude Solex naar het podium reed. Overigens passeerde nog geen minuut daarvoor een vrolijk joggende dame, die met de voorstelling niets te maken had. Met opvallende elementen als een eigentijdse invulling van de wals ‘An der schönen blauen Donau’ door de Hoogeveense streetdancers (Dansschool Schadenberg) en een verrassend gastoptreden van Erik Hulzebosch in de derde acte bracht Elsina Jansen de zaak dicht bij het publiek en wist ze de aandacht op voortreffelijke wijze vast te houden.

terug naar boven

Cosi fan tutte

 

Così fan tutte op het schaakbord

- Guido van Oorschot,  (de Volkskrant, juni 2009)

 

Bebrilde bollebozen in poloshirt. Giebelende tutjes met handtas en snoepneigingen. Zo ziet het studentenmilieu er uit waarin regisseur Elsina Jansen het amoureuze geklungel plaatst van Mozarts opera Così fan tutte. Jansen verleent haar diensten aan de Dutch National Opera Academy, een tweejarige masteropleiding van de conservatoria van Amsterdam en Den Haag die voorbereidt op het mooie maar lastige operavak.

Zangstudenten spelen universiteitsstudenten die de leerschool der liefde doorlopen: het Droste-effect is fraai. Maar vooral valt op dat Elsina Jansen – die in 2005 met John Adams’ opera Nixon in China haar eerste grotezaalproductie presenteerde – er zulk volwassen theater van maakt. Hoofdwerk gaat in deze Così gelijk op met handwerk en dat is nog niet zo makkelijk wanneer je het moet stellen met teer materiaal (jonge zangers) en schaarse rekwisieten (fauteuil, catwalk, parasol).

Jansens uitgangspunt is het schaakbord. Als pionnen immers laten de jeugdige liefdeskoppels Fiordiligi-Guglielmo en Dorabella-Ferrando zich rondschuiven door de ouwe vrijgezel Don Alfonso. Het schaakbord verklaart ook het geblokte zwart-witmotief in de toneelvloer en ligt ten grondslag aan stille manoeuvres die zich voltrekken bij de achterwand. Daar wordt getoverd met horizontale stroken en verticale banen, waardoorheen Tom Verheijen uitgekiende lichtsferen werpt, rossig of kil, al naar gelang de situatie in Napels.

Als het over liefde gaat zijn de vrouwtjes wispelturig en zwak, betoogt Don Alfonso. Dat mag zo wezen, in muzikaal opzicht wordt deze studenten-Così toch gedragen door zangeressen. Althans, door de dames van de eerste cast (er zijn er twee), die donderdagavond voor de première aantrad in het Haagse Lucent Danstheater.

Als goedgebekte operazusjes leken de Amerikaanse sopraan Maribeth Diggle (Fiordiligi) en de Estse mezzo Kai Rüütel (Dorabella) voor elkaar geschapen. In slim geregisseerde aria’s stampvoetten ze koppig, trokken ze sniffend tissues uit, en leek elk gebaar een logische consequentie van de partituur. Als het hulpje Despina bestuurde de Turkse sopraan Aylin Sezer haar fiets iets kittiger dan haar stembanden. De vocaal-theatrale kwaliteiten van de heren volgden op afstand. Natuurlijk ontaardt de komedie in een tragedie. Als fat vermomd flikflooit Guglielmo met Dorabella. Fiordiligi gaat door de knieën voor de opgepimpte Ferrando. Don Alfonso haalt zijn gelijk: zie je wel, zingt hij bij monde van de Franse bas-bariton Florian Bonneau. Zo zijn ze zou allemaal, de meidjes.

Wellicht vanwege die twist in het libretto sprak de operaliefhebber Richard Wagner ooit van een ‘wanstaltige, inhoudsloze tekst’. Van Elsina Jansen krijgt Alfonso echter de pin op de neus. Wanneer alles is gezegd en gedaan en de laatste noot heeft geklonken, neemt ze Alfonso de regie uit handen. In stilte schuifelen de jongelui nog een seconde of tien over het schaakbord, hoekig en verdwaasd. Het avontuur heeft ze beschadigd, te lijmen valt er niets.

Dirigent Henrik Schaefer joeg soms razende tempi door het studentenorkestje dat open en bloot in een toneelhoek zat. En al hakkelde een blazer, ontspoorde een strijker en liep de coördinatie niet altijd gesmeerd, Mozarts muziek kende in elk geval jeugdig vuur.


 

Jonge Così spettert tot en met

- Jordi Kooiman, Operamagazine (2009) 

 

Het gebeurt niet vaak, maar soms heb je van die avonden dat de superlatieven voortdurend door je hoofd zoemen. De spetterende opvoering van Così fan tutte door de Dutch National Opera Academy gisteravond (1/7) was er zo eentje. Zelfs in semiscenische setting en zonder boventiteling overtuigde de productie voor honderd procent.

Na vorige week in het Lucent Danstheater in Den Haag te hebben gestaan, verkaste de Dutch National Opera Academy (DNOA) gisteren naar de Bernhard Haitinkzaal van het Conservatorium van Amsterdam voor twee laatste voorstellingen. De zaal bood geen gelegenheid de regie van Elsina Jansen volledig aangekleed uit te voeren. Ook een boventiteling ontbrak. Maar ach, geen mens had er erg in.Of nou ja, door de afwezigheid van vertaling kwamen sommige passages - vooral recitatieven - minder uit de verf voor hen die het libretto niet heel goed kenden (de meesten waarschijnlijk). Maar aan de andere kant: de acteerkunsten van de cast waren van zo’n hoog niveau, dat het verhaal zelfs tot de verbeelding van de allerlekerigste leek zou hebben gesproken.

In Jansens versie waren de personages uit Mozarts verhaal studenten. Een jasje op maat voor de cast, aangezien DNOA een masteropleiding is en de zangers dus inderdaad studenten. De regisseur reikte hen een grappige en zeer muzikale regie aan. Haar talrijke treffende gebaartjes en details sloten haarfijn aan op de partituur. Om een voorbeeld te noemen: de zogenaamd vergiftigde Ferrando en Guglielmo werden door de als dokter verkleedde Despina niet met magische krachten gered, maar gereanimeerd met twee strijkijzers. Een scène die fantastisch gebruik maakte van Mozarts muziek.

De toneelvaardigheden van de solisten kleurden deze regie bekwaam in. Ze wisten stuk voor stuk zeer precies hun karakter en gevoelens over te brengen en hanteerden de tekst op zo’n natuurlijke manier, dat er echt gecommuniceerd werd op het toneel. Ik weet niet wat ze bij DNOA met hun studenten doen, maar dat ze een potje kunnen acteren, is wel duidelijk. De zangers combineerden dat wervelende werk met prima muzikale prestaties. Florian Bonneau (Alfonso) had iets meer autoriteit in zijn stem kunnen leggen - misschien was hij te veel bas voor zijn rol - maar hij was wel de wijsneus die hij moest zijn. Elmar Gilbertsson (Ferrando) zong met ontroerend kalme tenor: een licht vibrerende klank, een klank van zijde. Hiermee was hij geknipt voor de rol van de naïeve Ferrando en kon hij ook innemend mooi de bekende aria Un aura amorosa zingen. Zijn makker Zhenhua Chang (Guglielmo) was eerst en vooral een knotsgekke komiek. Maar hij beschikte ook over een stabiele, lichte bariton, waarmee hij zijn rol naar behoren zong. Aylin Sezer (Despina) was eveneens grappig in haar acteren. Een sprankelende actrice met een zeer begaafde stem. Je zou niet denken dat je naar een twintiger zat te luisteren. Dat dacht je evenmin bij Kai Rüütel (Dorabella). Wát een kast vol klank! Als zij zong voelde het als een warme massage na een dag hard werken. Maribeth Diggle (Fioriligi) tot slot liet zien dat met haar stem iedere gemoedstoestand kon beschrijven. Soms deed ze vocaal dingen waarvan je wel drie keer met je oren moest klapperen; zoals haar dotten van hoge noten.

Niet dat alles honderd procent kloppend was. In de finales waren de heren vaak te zacht en de dames hadden hun coloraturen niet onder de knie. Maar de stemmen waren zo rijk en de performance was zo compleet en echt, dat de voorstelling wél honderd procent overtuigend was. Het ensemble was daarbij een uitstekende steun in de rug. En meer dan dat. Hoewel het klein was, was het prima uitgebalanceerd, zodat het klonk alsof er een vol orkest zat te spelen. Bovendien toverde het onder leiding van Henrik Schaefer prachtige sferen tevoorschijn, met dank aan onder andere de hoogstaande eerste violiste Merel Junge en de heerlijke clavecimbist Peter Nilsson.

Om deze positieve tirade samen te vatten: vandaag (2/7) is de productie nog eenmaal te zien in het conservatoriumgebouw en hoewel dan cast B optreedt, raad ik iedereen aan te gaan kijken. Als cast A de standaard is van wat DNOA kan presteren, mag u dit niet missen.

 

Così fan tutte verkozen in top 10 Beste Opera's van 2009

- opera magazine
 

10. Così fan tutte (Mozart) – Dutch National Opera Academy

Waarschijnlijk de productie die het in 2009 het meeste verdiende om meer aandacht te krijgen. Gehinderd door het etiket ‘Academy’ speelde de productie zich in de schaduw af, maar de kwaliteit was bewonderenswaardig hoog. De jonge solisten zongen zeer tekstbewust en acteerden uitstekend en de regie van Jansen was fris en erg muzikaal

 

 Zie ook deze link

terug naar boven

 

Les Aventures du Roi Pausole

 

Porno-operette is swingend actueel

- Mischa Spel, NRC (2008)

 

‘Erotische operette’ – het is niet het genre waar je de ernstige Arthur Honegger van zou betichten. Maar met de vrijheid-blijheid predikende Aventures du Roi Pausole (1930), destijds in Parijs goed voor 500 uitvoeringen, bewees Honegger dat zijn instrumentatiekunst wel degelijk ook als pornografische kleurdoos kan worden ingezet. Bevende lage strijkers? Zwoele blazerschromatiek in vaudeville-stijl? Tantrisch prikkelende fluit-glissandi? Na Les Aventrues du Roi Pausole klinkt geen avontuurtje meer hetzelfde.

 

Opera Trionfi, het sympathieke ad hoc gezelschap van initiatiefneemster Jeanne Companjen brengt met Les Aventures due Roi Pausole voor het tiende jaar ‘Jong  muziektheater’. Na verwante producties als Poulencs Les mamelles de Tiresias (2001 – ook onder Ed Spanjaard,  ook over de bevrijdingskracht van L’Amour met een dikke ‘L’) bewijst het opnieuw hoe sprankelend muziektheater voor kleine zalen door goede jonge zangers (bijna allen leerling van pedagoge Margreet Honig) kan zijn. In de adviezen van het Fonds voor de Podium kunsten boekte Opera Trionfo onlangs een verdiend triomfje.

 

Les Aventures due Roi Pausole was nooit eerder in Nederland te zien, en je vraagt je af waarom. De muziek – in Duitsland zou zij ‘Entartet’ hebben geheten – flitst met dank aan dirigent Ed Spanjaard semi-zorgeloos van Spaans hakkengeklak via de charleston naar  chansons. Instrumentaties van jaloersmakende inventiviteit en humor smeden alles aan een en worden door het Nieuw Ensemble wellustig en virtuoos uitgespeeld.

 

Het verhaaltje verdient minder woorden; Koning Pausole heeft een Koningin voor elke Nacht en een dochter die haar ontluiken viert met een travestiet. Het libretto schurkt tegen slapstick aan en omdat de dialogen deels gesproken zijn (beruchte slaapverwekkers, waar ook hier best wat uit had gekund) is de enscenering van Elsina Jansen in alle hupse wuftheid knapper dan zij lijkt.

 

Grote troef is de overgave van de zangers. Dansje, nummertje, travestie – alles kan en moet zelfs in het Vrije(nde) Rijk van Pausole, innemend geacteerd en gezongen door Marc Pantus. Hilarisch is Franscis van Broekhuizen als bronstige Koningin van deze nacht. Zo zie je, ook een ‘sleets’ bevonden genre als operette kan herleven. En met verwijzingen naar de Crisis (al was het die van 1929) is deze zelfs ronduit actueel.

 

 

Vrijmoedige lofzang op de liefde

- Frits van der Waa, (Volkskrant 2008)

 

‘U bent een gelukkig en vrij volk, de staatskas is goed gevuld, werkloosheid kennen we niet, uw geld is waardevast.’ Met die onverwacht actuele woorden richt koning Pausole zicht tot zijn volk, en de zaal ligt in een deuk. Zouden ze er in 1930 ook zo om hebben moeten lachen?

 

De meeste grappen in de operette Les Aventures due Roi Pausole zijn niet politiek, maar seksueel van aard. In de lichtelijk absurde operette die Arthur Honegger schreef naar een toneelstuk van Pierre Louys draait het om een koning die 365 echtgenotes heeft – voor elke dag van het jaar één – en een dochter die er eerst vandoor gaat met een danseres om ten slotte te vallen voor de charmes van een page.

 

Het stuk schijnt destijds een groot succes geweest te zijn, maar is daarna onder het stof van de tijd verdwenen. Opera Trionfo en het Nieuw Ensemble hebben het er weer onderuit gehaald, en er een in alle opzichten geslaagde voorstelling van gemaakt. Maar dat is niet in de laatste plaats te danken aan de kwaliteiten van het werk zelf. Hoewel het libretto doordrenkt is van scrabreuze  humor, wordt het nergens plat. De grappen zijn spits en stijlvol, wat nog in de hand wordt gewerkt door het rijm, dat in de sprankelende Nederlandse boventiteling van Janneke van der Melen goeddeels overeind is gebleven.

 

En dan is er natuurlijk de muziek. Wat we kennen van het werk van de Zwitser Honegger is gewoonlijk serieuzer van toon dan de muziek van zijn mede-leden van de Groupe des Six: hier komt hij lichtvoetig voor de dag. Baanbrekend is de muziek niet, maar Honegger heeft er hoorbaar met plezier aan gewerkt: zwier en zorgvuldigheid zetten de toon, er zijn zinnelijke vioolschuivertjes, broeierige blazers en het wemelt van de stijlparodieën.

 

De vijftien zangers die Opera Trionfo bijeen heeft gezocht zijn voortreffelijk gecast, van de zes koninginnen die onder het zingen mooi synchrone dansjes ten beste geven, tot de boomlange boer die op het verkeerde moment ‘Leve de republiek!’ roept. De naieve prinses (Simone Riksman) is al even ontwapenend als de hitsige vorstin (Francis van Broekhuizen), Fabio Trumpy en Marc Pantus schitteren als koning Pausole en zijn page, maar ook de rest van de zangersequipe verdient alle lof, temeer door de volkomen natuurlijke wijze waarop ze de gezongen en de gesproken gedeelten met elkaar verbinden. Dat alles speelt zich grotendeels af tussen kleurig beschenen gordijnen en één of twee grote, hartvormige bedden waarop mannen en vrouwen van kleding en identiteit wisselen en onder dekens met elkaar kroelen.

 

Hoe vrijmoedig deze lofzang op de liefde ook is, ze blijft in de regie van Elsina Jansen allemaal heel kuis, en nee, Pausole is natuurlijk geen meesterwerk, maar wel een ten onrechte vergeten kleinood.

 

terug naar boven

 

 

La Traviata

 

Jonge tenor eist nu de tragische hoofdrol op

- Kasper Jansen (NRC,2008)

 

Nog vluchtiger en brozer dan de liefde is het leven in Verdi’s La traviata (1853). Het was de eerste reality-opera naar waar gebeurde verwikkelingen tussen Marie Duplessis en Alexandre Dumas fils. Hun liefde vlamt op, zijn vader dooft hun verhouding, als alles is hersteld sterft zij aan de tering. Naast La bohème, Puccini’s remake van La traviata, is deze Verdi een van de hartverscheurendste opera’s.

De prachtige en klassieke productie van La traviata die Monique Wagemakers in 2003 maakte voor de Nationale Reisopera, is een zwarte kroniek van een aangekondigde dood, spelend in een sinister decor met spiegels. Vanaf het begin heerst rouw en staat vast dat Violetta zal sterven. Niets kan dat veranderen, ook niet het korte geluk na de plotse liefde van Alfredo.

De herneming van Wagemakers La traviata, met een geheel nieuwe solistenbezetting en ingestudeerd door Elsina Jansen, behoudt al die indrukwekkende kwaliteiten. Maar toch is het een bijna compleet andere voorstelling, want het emotionele zwaartepunt is verlegd van Violetta naar Alfredo. Niet zozeer de zielige vrouw in de titelrol is het slachtoffer van de verwikkelingen en de dodelijke ziekte, maar de levenslustige man, anders zo vaak getypeerd als alleen maar een opgewonden losbol.

Dat andere perspectief ligt niet aan de Zuid-Afrikaanse Sally Silver, die roerend, subtiel en liefdevol gestalte geeft aan Violetta. Ze is zeer ervaren in het oppervlakkige Parijse leven, maar nu voor het eerst echt verliefd, terwijl ze weet dat haar einde nadert.

Het is de opvallend jongensachtige Turkse tenor Bülent Bezdüz die de aandacht volledig concentreert op de tragische kanten van zijn rol als een piepjonge Alfredo. Even onstuimig als onzeker begint hij aan zijn liefde voor Violetta. Maar die passie wordt hem ontnomen als zijn vader en Violetta besluiten dat het voor iedereen het beste is als daaraan een eind komt.

Alfredo weet van niets, begrijpt niet waarom zijn relatie plots is verdampt terwijl Violetta hem nog zojuist heftig haar liefde verklaarde. Met zijn presente fysieke uitstraling beheerst de puberaal tengere Bülent Bezdüz de derde acte, waarin hij even onwetend als onbesuisd reageert op de verloren liefde, die hem door anderen is afgenomen. Pas tussen de derde en de vierde acte ontdekt hij de voor hem verpletterende waarheid.

Vocaal en muzikaal loopt deze La Traviata vooruit op het Franse impressionisme. Met snelle en felle streken wordt het drama aangestipt, zonder veel symfonische zwaarte. Ook het directe en ongekunstelde zingen van Silver en Bezdüz is even realistisch en vluchtig als het leven en de liefde.

 

La Traviata, The Hague, Netherlands

- Michael Davidson (Opera Magazine, July 2008)

Throughout the years, I have had little luck with La traviata, thanks to over-ambitious sopranos, tasteless tenors or under-rehearsed productions.

My previous encounter with this NATIONALE REISOPERA staging (see OPERA, January 2004, p. 68) was marred by a miscast Violetta and variable conducting. How different this performance in The Hague (April 3), a great evening of Verdi! Monique Wagemakers’s atmospheric production was rehearsed on this occasion by Elsina Jansen, and the characterization of the three principals had considerably tightened.

This time round, we had exceptional singers and a superb conductor, Mark Shanahan, who led the Orchestra of the East (the East of this country) with admirable subtlety. None of the playing sounded routine, every tempo had a natural flow. Balance with the stage was perfect, and the singers sounded comfortable.

Sally Silver is simply the best Violetta I have heard in any theatre. She threw off the brittle gaiety and brilliant writing of the first act with vigour and not a strained phrase. In the other acts, she could fine her voice down to a whisper which still projected throughout a dry auditorium, the LUCENT DANSTHEATER. She is an unusually honest interpreter of this role—all of Verdi’s indications were treated with respect, the outbursts having impressive strength but never blasting, the delicate moments haunting without resorting to chest register effects or sobbing.

Her Alfredo was the very talented Turkish tenor Bülent Bezdüz. His voice is clear, warm and not yet large, and one hopes he will avoid taking on excessively heavy roles, for he is a dream tenor in this repertory. He seemed astonishingly youthful and inflected his lines with the bewildered pain only a young person can express. Another great interpretation. I found Daniel Sutin (Germont père) a trifle blustery, but he did have a certain grim presence. Among the smaller roles, Roderick Kennedy was a sterling Dr Grenvil. I came away with gratitude, finally believing that not only recordings can provide a fine Traviata.

terug naar boven

 

 

Zaide

 

Trouw (2007):
"Wat is het toch een zegen dat er gezelschappen bestaan als Opera Trionfo. De nieuwe produktie is Mozarts onaffe Turkenopera 'Zaide', alweer zo'n eigenzinnige en zinnige keuze. Uitstekend gezongen."
  
De Volkskrant (2007):
"Trionfo houdt authentieke Mozart-opera mooi intact. Het gaat om een vroege 'turkenopera', een populair genre waarin oosterse vorsten werden afgeschilderd als toonbeelden van het Verlichtingsideaal. Trionfo heeft voor de rollen opmerkelijke zangtalenten gevonden. De uitvoering zit goed in elkaar, met rijk geschakeerd spel van de musici van Prima la Musica en zangers die niet alleen solistisch, maar ook in de vele ensembles prima de weg weten."

 

terug naar boven

 

La Barca

 

Vocaal juweeltje aan boord van een schip

-  Kees Arntzen (Trouw 2007)

Gewoel van passagiers, kruiers en ambulante handel; ook zangers, muzikanten en een enkele chique dame met glacé-handschoenen en een rieten koffertje vertonen zich: al in de foyers worden de bezoekers van 'La Barca' de voorstelling ingezogen. De theaterzaal zelf is het schip, dat je slechts na vertoon van je 'boarding-pass' mag betreden.

Met de boot van Venetië naar Padua varen kan nog steeds, het kanaal dat in de zestiende eeuw al dienst deed, biedt de hedendaagse toerist in het vlakke laguneland verrassend Hollandse tafereeltjes van kroos en geknookt riet. In de vroege zestiende eeuw was het de gangbare reisroute voor allerlei slag lieden. Wellicht ook toen met een toeristisch accentje: aan weerskanten rijzen nog steeds de majestueuze villa's op die sterarchitect Palladio er indertijd voor de rich and famous liet neerzetten.

Die veelkleurige ongerijmdheid van het passagiersaanbod was voor componist Adriano Banchieri aanleiding er zijn muzikale fantasie op los te laten. Twintig madrigalen - vocale ensembles op Italiaanse tekst - in 'La Barca' aangevuld met een paar andere toppertjes uit zijn tijd, reeg hij aaneen tot een verhaal waarin hij prototypes uit de commedia dell'arte kwijt kon, van het Leuke jonge ding' tot de 'onaangepaste (Duitse) vreemdeling'. Gezongen muziek en theater gingen zo een verbond aan en vormden een voorbode van de opera.

Het Kassiopeia Kwintet van bas Tido Visser staat aan de basis van deze opmerkelijke productie. Met twee gastzangers uitgebreid tot een septet vervulden zij alle passagiersrollen, waarbij naast knappe samenzang vooral het acteertalent van de dames en de mooie tenor van Jan-Willem Schaafsma opviel. Terwijl het Ensemble Elyma onverstoorbaar en op hoog niveau op authentieke instrumenten musiceert, buitelt alles in deze voorstelling over elkaar heen; mimespel, goochelkunst, storm-op-zee en, zoals een echte love-boat betaamt, amoureuze verleidingen van zwoele nachten.

De protagonisten op het toneel wisten telkens bijtijds weer gas terug te nemen en het daarheen te leiden dat een volgend vocaal juweeltje tot zijn recht kon komen Voor wie de oude muziek nog als een onbekend gebied braak ligt, is deze goed doordachte en tot in de puntjes afgewerkte voorstelling zeker een aanrader.

terug naar boven

I'm very lonely in my way

Gepassioneerd beeld fifties VS

- Rien Frolich (AD Haagse Courant, 2007)

Opera, hoe klein ook, is als kunstvorm uniek. Dat werd zaterdagavond nog eens duidelijk in Zwembadtheater De Regentes. Daar ging onder de titel I’m very lonely in my way een productie van drie korte opera’s van vooraanstaande componisten in première. Samen duren ze  nog geen veertig minuten

A hand of Bridge van Samuel Barber, Four Dialogues van Ned Rorem en Introductions & Goodbyes van Lucas Foss – de laatste twee waren hier nooit geënsceneerd te zien – kijken kritisch en komisch naar de samenleving in het Amerika van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Ze gaan over eenzaamheid en onvervulde verlangens.

Niet alleen vanwege de tijdsduur werden ze omlijst door vijftien liederen, grotendeels van dezelfde componisten – waaronder Rorems prachtige I am Rose, dat met de operaatjes wedijvert in kortheid: precies 21 seconden -  maar als contrast ook van Bowles, Feldman en Bernstein.

I’m very lonely in my way’ (laatste woorden van de vrouw in Four Dialogues) een productie van Opera in Progress,  is tot in detail doordacht. In een sublieme regie, sober voor de opera’s, maar juist levendig voor de liederen, laat Elsina Jansen beide kunstvormen op natuurlijke wijze in elkaar vloeien. Om het onderscheid voor de toeschouwer te vergemakkelijken zijn de opera’s kleurig, de liederen, licht scenisch, juist sober van tint. De zeven jonge zangers –Esther Huisman, Jenny Haisma, Suzanne Lena, Matthijs Frankena, Emile van der Peet, Frank Hermans en Coert van de Berg – vormen een evenwicht ensemble. Met de twee uitstekend begeleidende pianisten Jeroen Sarphatie en Kimball Huigens geeft I’m very lonely een intiem en ook ontluisterend beeld van een samenleving waarin ‘ voor iedereen een auto en een elektrische grasmaaier’ het belangrijks lijkt, maar waarin het onder de oppervlakte broeit.

Voor die intimiteit is de Regentes -  een ‘volle bak’ – te groot. Om alle lagen en achtergronden mee te krijgen is één keer zien bovendien niet genoeg. Jan van den Berg (Gouden Kalf in 2005 voor zijn Cambodja-film Deacon of Death) maakt over de productie een documentaire.

terug naar boven

Nixon in China

Jansens enscenering van 'Nixon in China' is vernuftig in al zijn eenvoud

- de Volkskrant, Kunst & Cultuur, 2005

Wat gaat er om in de president van Amerika als hij op staatsbezoek is? Dat is het eigenlijke thema van Nixon in China, de opera waarmee John Adams in 1987 de wereld en veler harten veroverde. De opera is gebaseerd op het bezoek dat Richard Nixon in 1972 bracht aan de Grote Roerganger Mao Tse-Toeng (zoals dat toen nog gespeld werd). Het was indertijd heel vreemd om de toen nog vrij recente televisiebeelden op een operapodium nagespeeld te zien.

Intussen is die gebeurtenis wel twee keer zo lang geleden, en liggen ook de opvoeringen van de Nederlandse Opera uit 1988 ver achter ons, maar eigenlijk heeft Adams' opera niet aan actualiteitswaarde ingeboet. Dat is te zien in de Amsterdamse Theater Fabriek, waar het Utrechts Blazers Ensemble en het Strijkorkest Zoroaster in een gezamenlijke productie een sprankelende enscenering van het werk brengen. Zeker voor twee amateurgezelschappen is dat een enorme logistieke en artistieke prestatie. Nixon in China is namelijk een stevige opera met alles erop en eraan, en Adams' uit het minimalisme voortgekomen muzikale idioom mag dan op het oor eenvoudig klinken, maar bevat vooral in ritmisch opzicht veel addertjes onder het gras.

De enscenering van Elsina Jansen is vernuftig in zijn eenvoud. Met minimale middelen, zoals verrijdbare praktikabels, tafels en stoeltjes, wordt de entourage geschapen waarin Nixon, Mao, hun beider eega's en de secondanten Henry Kissinger en Tsjoe En-Lai hun plichtplegingen volvoeren.

Uiteraard had ook Jansen zich, net als regisseur Peter Sellars indertijd, te houden aan de oorspronkelijke beelden, zodat Pat Nixon bijvoorbeeld nog altijd in datzelfde wat truttige rode mantelpakje rondloopt. Het vliegtuig uit de eerste scène heeft ze maar weggelaten, maar de afdaling van de bijbehorende trap is er niet minder effectief om.

Voor de solopartijen zijn beroepszangers aangetrokken, die zich met zichtbaar plezier in hun rol storten. Vooral Pieter Hendriks (Nixon) springt eruit, met zijn smeuïge bariton. Maar ook Marieke Steenhoek (Pat), Bernard Loonen (Mao) en Orlanda Velez Isidro (Chiang Ch'ing) zijn op hun taak berekend, terwijl Willem de Vries en Marc Pantus als Tsjoe en Kissinger in de zijlijn veel fraais laten horen (al lijkt de lange, dunne Pantus wel erg weinig op de werkelijke Kissinger).

Maar de drijvende krachten zijn toch wel de koorzangers en de orkestmusici, die onder aanvoering van Paul Janse de allesbehalve minimalistische muzikale nuances een welhaast professionele gestalte geven. Nixon in China blijft een verrukkelijke opera, niet alleen omdat Adams van elke drieklank een feestje bouwt, maar vooral omdat de fictieve zielenroerselen, visioenen van een betere wereld en nostalgische mijmeringen, op een briljante manier losgezongen worden uit de historische feiten - wat des te ironischer werkt omdat we ook in 1987 al wisten dat Nixon en Mao niet zulke brave jongens waren.

 

Amateurs veroveren opera 'Nixon in China' met passie

- Peter van der Lint (Trouw, 2005)

Een ferme felicitatie is op zijn plaats bij de tweede lustrumviering van het orkest Uboaster, een samenwerking van twee Utrechtse studentenformaties: het Utrechts Blazers Ensemble (opgericht in 1980) en het Strijkorkest Zoroaster (opgericht in 1985). Een nog fermere gelukwens past het volledig slagen van hun jubileumvoorstelling: niets minder dan John Adams' grote opera 'Nixon in China' uit 1987.

Wonderbaarlijk om mee te maken hoe de twee amateurensembles onder de precieze en geconcentreerde leiding van Paul Janse (als dirigent autodidact) bijna drie uur lang op zeer hoog niveau musiceerden. Pas helemaal op het eind, als Adams tijdens de slotmonoloog van Tsjoe-en-Lai zijn opera met wat poetische strijksoli laat eindigen, vallen er her en der wat muzikale steekjes, maar dan hebben Uboaster en Janse allang bewezen dat ze de verraderlijk eenvoudige partituur volledig in de vingers hebben.

Omdat het een feestje is, zit Uboaster prominent op het toneel van de immense Theater Fabriek Amsterdam en is het niet weggestopt in een orkestbak. Het orkest is opgesteld als een enorme taartpunt. De bladmuziek van de musici staat op vuurrode lessenaars en de musici en dirigent zijn gekleed in de eenvoudige jakjes en broeken van communistisch China. Op subtiele wijze laat regisseur Elsina Jansen de musici ook op andere manieren deelnemen aan de voorstelling, vooral in de tweede scene van de tweede akte als Pat en Richard Nixon het revolutionair ballet ' The Red Detachment of Women' van Mao's vrouw Jian Jing bijwonen. Het stemmen van de instrumenten en andere voorbereidingen worden hier leuk in de voorstelling geintegreerd.

De muziek van Adams lijkt zo eenvoudig, maar in werkelijkheid is de partituur een grote ritmische valkuil. De principes van de minimal music met al die maatverschuivingen zijn er duidelijk in terug te horen, maar Adams zet ze geheel naar eigen hand. Na de onstuimige stormscene bijvoorbeeld laat Adams de lucht net zo harmonisch opklaren als Beethoven dat indertijd in zijn 'Pastorale' deed en al snel daarna krijgt de muziek zelfs heerlijk decadente en superromantische trekjes van Richard Strauss.

'Nixon in China' zit vol van dit soort muzikale knipogen. De finale van de eerste akte met al die enthousiaste 'Cheers, cheers'-uitroepen is een regelrechte verwijzing naar de ' chaotische' climax-finales van de negentiende-eeuwse Italiaanse opera. Aria's zijn er ook, zoals die van Richard Nixon als hij geland is in Peking. 'News, news, news' werd hier fantastisch gezongen door Pieter Hendriks. In deze aria werd ook weer eens duidelijk hoe goed het libretto van Alice Goodman is. Hoe zij de aanvankelijke euforie over Nixons historische bezoek aan China in 1972 langzaam laat verpieteren, is groots.

Marieke Steenbroek was als Pat Nixon geweldig gecast. Een formidabele stem en bijpassende theatrale uitstraling. Zeer goeie rollen ook van Willem de Vries (Tsjoe-en-Lai), Bernard Loonen (Mao), Orlanda Velez Isidro (Jian Jing) en Marc Pantus (Henry Kissinger). Schitterend op elkaar ingespeeld waren Marjolein Niels, Antje Lohse en Hetty Jansen als de drie secretaresses van Mao en ook het speciaal samengestelde koor presteerde goed.

Geweldig om 'Nixon in China' weer eens scenisch te kunnen ondergaan na Peter Sellars' historische wereldpremiere-enscenering die in 1988 in het Muziektheater te zien was. Herinneringen daaraan kwamen af en toe boven, maar die verdrongen geenszins de beelden van deze prachtige nieuwe voorstelling.

terug naar boven